Lucy en Donker : tekst en illustraties Karst-Janneke Rogaar
Details
[34] p. : ill.
Besprekingen
De Volkskrant
Een meeslepend verhaal vertellen met licht en donker als personages? Karst-Janneke Rogaar kan het, en laat dat indrukwekkend zien in het uitzonderlijk prachtige én prikkelende Lucy en Donker (Querido, 5+) over een meisje dat vriendschap sluit met de nacht.
Als Lucy naar bed is gegaan en Donker eindelijk tevoorschijn kan komen, wil hij haar graag laten kennismaken met zijn geheim. Lucy vertrouwt zijn aanbod eerst niet, als hij zich onder haar bed verstopt, maar gaat toch met hem mee op een spannende tocht door het bos en langs het strand. 'Je moet gewoon even aan me wennen', zegt Donker geestig en geruststellend tegelijk.
Rogaar (1975) heeft haar technisch uitdagende, duistere onderwerp bijzonder serieus genomen. Ver van lichtvervuiling op het Schotse Mull heeft ze pas na zonsondergang haar schetsboek, potloden, krijt en houtskool gepakt. Overigens kan het boek zich met een beetje fantasie ook best op een verlaten stuk Terschelling afspelen, want van de kenmerkende rotsen is al snel niet veel meer te zien.
Met een zeer beperkt aantal kleuren weet Rogaar de ervaring van ogen die langzaam steeds meer gaan zien op papier vast te leggen. Het bos is op elke bladzij anders. Pas na een paar bladzijden blijkt het er een gezellige dierendrukte van jewelste te zijn. Maar even makkelijk veranderen de boomtoppen in griezelige monsters. 'Kijk eens wat ik kan', roept Donker dan trots.
Rogaars muzikale schrijfstijl maakt het boek niet alleen een feest om samen te bekijken, maar ook om voor te lezen. Een ritmische zin vol binnenrijm als 'Met een tik valt de deur dicht... Nu is het pikdonker in de kamer' leest bijna vanzelf spannend voor. Even verder is de taal weer aangenaam luchtig en ironisch.
Maar het knapste: zoals Rogaar hem tekent, ziet het donker er écht uit. En dat ze daar vervolgens nog zo veel variatie in heeft weten te vinden. De ene keer met een piepklein beetje kleur, de andere keer juist met strategisch weglaten van zwart, soms ruw en krasserig, dan weer zo precies als de schemering het nog toelaat. De kijker móét wel van de nacht gaan houden en beseft, na het dichtslaan, dat er nog veel meer te ontdekken moet zijn.
Rogaar verkent het donker speels en diepgaand. De afwezigheid van licht kunnen laten zíén is een geweldige paradox, die ook kinderen moeten kunnen waarderen. Juist dat maakt dit prentenboek zo eindeloos interessant.
Het is bijna jammer dat aan het einde van het boek de zon weer opgaat. Terug met haar vader of moeder op het strand, steekt Lucy op de schutbladen haar hoofd tussen de rotsen: even snel het Donker de groeten doen. Hoe kom je erop?